Zomertijd? Tijd voor zomerbanden!

Waarom wisselen?
Bij ongeveer 7 graden Celsius of lager is een winterband nog veiliger dan een zomerband, o.a. omdat de remweg korter is. Stijgt de temperatuur boven 7 graden, dan slijten winterbanden harder en wordt ook de remweg langer. Op dat moment wordt het rijden met zomerbanden aangeraden.

Wanneer nieuwe banden?
Wettelijk zijn banden aan vervanging toe bij een profieldiepte minder dan 1,6 mm. Echter wordt in het kader van de verkeersveiligheid geadviseerd banden te vervangen bij een profieldiepte van 2 mm of minder. Winterbanden daarentegen dienen vervangen te worden bij een profieldiepte van 4 mm of minder.

Waarom profieldiepte controleren?
Elke band slijt en verliest profieldiepte. Minder profiel betekent een slechtere afvoer van water, wat tot gevaarlijke situaties kan leiden bij een nat wegdek. Het wordt aangeraden banden te vervangen bij een profieldiepte minder dan 2 mm.

Zelf de profieldiepte controleren?
1. Parkeer de auto op een egale ondergrond.
2. Draai de banden in, zodat het zicht op het loopvlak van de band optimaal is.
3. Plaats de profieldieptemeter op verschillende plekken in een groep op de band en lees de profieldiepte af. De wettelijk verplichte profieldiepte is minimaal 1,6 mm.

Waarom bandenspanning controleren?
Uit iedere band ontsnapt continu wat lucht. Daarom is het belangrijk om maandelijks de bandenspanning te controleren. Een te lage bandenspanning veroorzaakt een slechtere wegligging, maar ook een hoger brandstofverbruik. Daarnaast wordt een zachte band sneller warm, waardoor er meer risico ontstaat op een klapband. Een te hoge bandenspanning kan daarentegen weer zorgen voor slechter contact met de weg en een hogere bandenslijtage. Nieuwere auto’s zijn voorzien van het Tyre Pressure Monitoring System (TPMS), dat controleert of je banden goed op spanning zijn. Het systeem waarschuwt wanneer 1 of meerdere exemplaren meer dan 20 procent onder de vereiste spanning komen.

Zelf eenvoudig de bandenspanning controleren?
1. Controleer wat de juiste bandenspanning moet zijn. Deze is te vinden in het instructieboekje van uw auto, aan de binnenzijde van het portier, achter het tankklepje of op de bandenpomp zelf.
2. Stel de bandenpomp in op de gewenste spanning. Dit kunt u het beste doen wanneer u minder dan 5 km heeft gereden! Er kan daarnaast een afwijkende bandenspanning worden aangegeven voor het rijden met volle bepakking.
3. Draai het ventieldopje los.
4. Sluit de bandenpomp op het ventiel aan. Houdt het mondstuk recht en aangedrukt tot de juiste spanning is bereikt (de pomp geeft een signaal).
5. Draai het ventieldopje weer op de band.
6. Vergeet het reservewiel niet te controleren! Een “thuiskomer” heeft waarschijnlijk een veel hogere bandenspanning nodig. Kijk dit goed na. Deze “thuiskomer” is alleen bedoeld om thuis te komen. Rijd hiermee niet harder dan 80 km/u.

Liever niet wisselen?
Vind u het wisselen van autobanden maar lastig? Dan zou u kunnen kiezen voor all-season banden. Besef wel dat de prestaties van zomer- en winterbanden beter zijn dan die van all-season banden.