Dashboardlampjes, wat betekenen ze?

Wat te doen als er tijdens het rijden opeens een dashboardlampje (waarschuwingslampje) gaat branden? Moet u stoppen of kunt u nog doorrijden?

 

Is het lampje rood, dan is er onmiddellijk actie vereist. Probeer (indien mogelijk) direct stoppen op een veilige plaats. Is het lampje oranje, dan kunt u in veel gevallen nog wel even doorrijden. Pas dan wel uw snelheid aan en blijf rechts rijden. Stop vervolgens op een veilige plaats, controleer wat er aan de hand is en laat de auto zo snel mogelijk nakijken. Vaak geldt dat blijven doorrijden bij een defect onderdeel of systeem in uw auto leidt tot verergering van het probleem en dus hogere kosten met zich meebrengt. Bovendien kan het leiden tot onveilige situaties op de weg.

 

Er zijn een aantal waarschuwingslampjes die bij het starten van de auto automatisch even branden en daarna vanzelf uit gaan. Dit is ter controle om er zeker van te zijn dat de lampjes werken.

 

In het instructieboekje van uw auto vind u een compleet overzicht van de betekenis van alle dashboardlampjes. We zullen de belangrijkste kort toelichten (zie afbeelding onderaan de pagina).

 

1. Accuspanning te laag: mogelijk als gevolg van een probleem met de dynamo, stroomkabels of aandrijfsnaar. Stop de auto en bel ons voor advies.

Dit lampje brandt ook kort als de auto gestart wordt en moet daarna automatisch uit gaan.

2. De achterklep is niet (goed) gesloten.

3. De airbag aan de voorzijde is uitgeschakeld, mogelijk door een storing. Doorrijden kan nog wel, maar bij een aanrijding is er aanzienlijk meer kans op ernstig letsel.

Let op: bij het handmatig uitschakelen van een airbag is deze melding normaal.

4. De elektronische parkeerrem is nog ingeschakeld.

5. Iemand heeft zijn gordel niet om.

6. Er is iets mis met het koelsysteem (mogelijk te weinig koelvloeistof), waardoor de motor oververhit is of kan raken. Dit kan ernstige schade aan de motor tot gevolg hebben. Stop de auto en controleer de hoeveelheid koelvloeistof. Vul zo nodig koelvloeistof bij.

7. Lane assist (rijstrookbewaking) is uitgeschakeld.

Let op: als dit lampje oranje brandt, betekent dit dat het systeem is ingeschakeld. Er is in dat geval niks aan de hand.

8. De motorkap is niet (goed) gesloten.

9. Het oliepeil is te laag. De motor kan hierdoor ernstige schade oplopen. Stop de auto en controleer het oliepeil. Het lampje kan ook gaan branden als het oliepeil te hoog is.

10. Naderingsalarm voorligger: u rijdt te dicht op uw voorganger.

11. Een portier is niet (goed) gesloten.

12. De handrem is nog aangetrokken. Er kan ook sprake zijn van te weinig remvloeistof, slijtage aan de remblokken of een storing in het remsysteem. Stop de auto en controleer de handrem of de hoeveelheid remvloeistof.

13. De batterij van de autosleutel is bijna leeg, waardoor de auto binnenkort niet meer op afstand geopend of gesloten kan worden.

14. Er is mogelijk iets mis met de stuurbekrachtiging of er is een tekort aan stuurbekrachtigingsolie. De besturing is hierdoor veel zwaarder.

15. De stuurvergrendeling is nog ingeschakeld.

 

16. Er is een storing in de aandrijflijn. Je hebt hierdoor minder vermogen. Probeer hard optrekken en abrupt remmen te voorkomen.

17. Er is een storing in het anti-blokkeersysteem (ABS).

18. Accubereik is laag (bij een elektrische auto). Ga op zoek naar het dichtstbijzijnde oplaadpunt om de accu op te laden.

19. De automatische start-stop-motor is uit. Zodra u de koppeling of het gaspedaal intrapt, start de auto weer.

20. Eén van de banden heeft te weinig spanning of is mogelijk lek. Stop de auto en controleer de banden(spanning).

21. De bergrem is ingeschakeld. Druk als u weer wilt gaan rijden de bergremknop in om deze weer uit te schakelen.

22. Het brandstofpeil is erg laag. Tank zo snel mogelijk.

23. Er is iets mis met het roetfilter. Deze is verstopt of defect, waardoor de motor of het filter zelf schade kunnen oplopen. Ook riskeert u een boete omdat de auto wellicht niet meer aan de milieueisen voldoet. Stop de auto en controleer het oliepeil. Laat het roetfilter controleren.

24. Er zit te weinig ruitensproeiervloeistof in het reservoir. Vul deze zo snel mogelijk bij.

25. Er zijn problemen met de verlichting.

26. Er is een elektronicastoring.

27. Er zit water in het brandstoffilter.

28. Er is iets mis met de motor of met de elektronica. Knippert het lampje, dan is er mogelijk een ernstig probleem. Stop de auto en controleer het peil van de motorolie en de koelvloeistof. Indien het lampje knippert, zet dan de auto meteen aan de kant.

29. De koppeling dient ingetrapt te worden. Dit lampje brandt als de start-stop-motor is uitgeschakeld.

30. Er zijn problemen met de vering/schokdempers.

31. Het remlicht functioneert niet (goed) meer.

32. De sleutel bevindt zich niet in de auto (bij keyless entry/go).

33. Het luchtfilter is vies of verstopt en moet vervangen worden. Dit kan o.a. leiden tot minder vermogen.

34. De remblokken zijn versleten en moeten zo snel mogelijk vervangen worden.

35. Er is een storing in het brandstofsysteem. De auto is in noodloop gegaan en heeft minder vermogen.

36. De snelheidsbegrenzer is ingeschakeld.

37. De koplamphoogte staat niet goed afgesteld. Met de knop waarop dit teken is afgebeeld kunt u de hoogte bijstellen.

 

38. Dimlicht is ingeschakeld.

39. Stadsverlichting is ingeschakeld.

40. Mistverlichting voor is ingeschakeld.

41. Groot licht is ingeschakeld.

 

Neem een brandend waarschuwingslampje altijd serieus en neem bij twijfel contact met ons op. Wij helpen u graag verder.