Wel of niet biobrandstof tanken?

Om het brandstofverbruik en de uitstoot van schadelijke gassen van auto’s te verminderen, zijn autofabrikanten verplicht om hun motoren steeds efficiënter en schoner te maken. Om de prestaties van de motor optimaal te houden worden geavanceerde technologieën toegepast, zoals uitlaatgasrecirculatie (EGR), directe brandstofinjectie, turbo, compressoren, directe inspuiting, downsizing of een combinatie hiervan. Ondanks al deze ingrepen worden de motoren steeds sterker, maar daarentegen ook steeds zwaarder belast. Bovendien hoeven auto’s steeds minder vaak naar de garage om olie te verversen (longlife motorolie) en het oliefilter te vervangen. Fabrikanten doen dit om hun klanten te ontlasten en de onderhoudskosten zo laag mogelijk te houden. En of dit allemaal nog niet genoeg is, worden brandstofleveranciers verplicht om bio-componenten aan hun brandstof toe te voegen om vervuiling te verminderen.

 

Op dit moment hebben we de volgende brandstofsoorten:

  • Benzine; onderverdeeld in euro95, euro98, E5, E10 en E85
  • Diesel; onderverdeeld in B7, B10, B100 en XTL
  • Autogas, onderverdeeld in LPG, CNG en H2 (waterstof)

 

Nieuw hierbij zijn:

  • E10, een mengsel van 90% fossiele brandstof en maximaal 10% ethanol. Het idee achter E10 is dat de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen vermindert, zonder dat auto’s massaal aangepast hoeven te worden aan een andere brandstofsoort.
  • E5, die maximaal 5% bio-ethanol bevat. Overigens is Euro95 feitelijk vaak al E5.
  • E83 of Blue One, waarin maximaal 15% bio-ethanol zit.
  • B7, met een toevoeging van maximaal 7% bio-componenten. De B staat voor Bio-diesel.
  • B10, dat maximaal 10% bio-componenten bevat.
  • B100, wat voor 100% uit bio-componenten bestaat.
  • XTL, een synthetische diesel die niet uit aardolie vervaardigd is.

 

Het tanken van biobrandstof is dan misschien beter voor het milieu, maar als we kijken naar de eigenschappen van ethanol, dan zijn problemen met uw auto een mogelijk gevolg. Ethanol bevat namelijk zuurstof, het is agressiever dan benzine, smeert nauwelijks en trekt vocht aan. Om dit verder toe te lichten, richten we ons even op de onlangs ingevoerde brandstof E10.

 

Bij alle verbrandingsmotoren lekt een klein deel van de brandstof langs de zuigers en zuigerveren naar het carter met daarin de motorolie. In oude conventionele verbrandingsmotoren verdampte deze brandstof relatief snel en werd het overschot via de carterontluchting weer naar de inlaat getransporteerd om opnieuw verbrand te worden. Ethanol verdampt niet, maar mengt zich in de carterpan met de motorolie. De olie verdunt hierdoor, waardoor de smering verslechtert.

Daarnaast maakt ethanol ook andere actieve eigenschappen van olie slechter. De ethanol veroorzaakt een chemische reactie met de olie, waardoor fosfor- en zink-componenten vrijkomen. Deze componenten verdampen snel, koelen tijdens het transport naar de inlaat af, komen op de hete inlaatpoorten en inlaatkleppen terecht en smelten daar samen met koolstof en andere vluchtige gassen. Hier vormt dan een harde laag koolaanslag, die moeilijk te verwijderen is.

Automotoren worden ook nog eens steeds kleiner, maar tegelijkertijd neemt het vermogen en de trekkracht (koppel) en daarmee de vermogensconcentratie toe. Dit vereist een sterk verhoogde thermische energieoverdracht om de optimale werktemperatuur van de motor binnen veilige marges te houden. Daarnaast wordt de hoeveelheid motorolie en koelvloeistof minder. Dit vraagt veel van de olie en in sommige situaties overstijgen de karakteristieken van de motor de specificaties en prestaties van de olie.

 

Zoals gezegd trekt ethanol water aan. Als ethanol en water zich met elkaar mengen, ontstaat er een witte, melkachtige emulsie en na verloop van tijd een soort drab. De drab bedekt de oppervlaktes van de onderdelen die door de olie gesmeerd en gekoeld moeten worden. De smering en koeling worden hierdoor slechter en door het vocht gaan de metalen onderdelen oxideren. Bovendien maakt het water zuren aan die corrosie veroorzaken en de kwaliteit van de olie verder verslechteren. Als de motor niet draait, zakt het water/ethanol mengsel naar de bodem van het oliecarter. Als de laag water en ethanol dik genoeg wordt, bereikt het de aanzuigbuis van de oliepomp. Als de motor vervolgens gestart wordt, zuigt de oliepomp water en ethanol op en pompt dit via de oliekanalen door het motorblok, waardoor flinke schade ontstaat. Er zal meer slijtage ontstaan aan injectoren, verstuivers, brandstofpompen, opvoerpompen en diverse andere onderdelen van het brandstofsysteem.

Op het moment dat er meer water dan ethanol in de carterpan zit, ontstaan er vanaf de bodem 3 lagen: water, water/ethanol en olie. Bij temperaturen onder 0 bevriest het water dat vervolgens de olieaanzuigbuis blokkeert. De motor start en draait zonder olie, met als gevolg onherstelbare schade. Bij hoge temperaturen zal de toch al slechte olie door het water verdampen en neemt het olieverbruik toe.

 

Er kan nu al een tijdje met E10 getankt worden en uit diverse testen blijkt dat met E10 een toename van het brandstofverbruik met 5-10% heel normaal is. Voor zo’n 10% van de auto’s op benzine geldt ook nog eens dat ze niet geschikt zijn voor de brandstof E10.

 

Mogelijke oplossingen:

  • Tank een premium brandstof. Deze is wellicht duurder aan de pomp, maar wel beter, aangezien de toevoegingen aan deze brandstof van toegevoegde waarde zijn voor de motor. Een ander effect is een zuiniger brandstofverbruik.
  • Laat de tank-inhoud liever niet onder ± 25% zakken. Ethanol trekt water aan, maar vervolgens drijft ethanol bovenop dit water. De brandstof onderin de tank is dus van een veel slechtere kwaliteit, waardoor er nog eerder schade aan de motor of het brandstofsysteem ontstaat. Deze maatregel alleen kan echter niet voorkomen dat er toch vervuiling of schade ontstaat.
  • Laat E10-benzine nooit in de tank zitten wanneer de auto lange tijd niet gebruikt wordt.
  • Bij elke tankbeurt de tank aanvullen met een brandstoftoevoeging. Deze zal de prestaties van zowel benzine- als dieselmotoren aanzienlijk verbeteren, omdat ze vocht en bacteriën uit de brandstof verwijderen, waardoor corrosie wordt voorkomen. Het brandstofverbruik gaat omlaag evenals de uitstoot. Het verwijdert aanwezige rubber-, lak- en koolstofafzettingen in het brandstofsysteem en houdt (bij diesels) roetfilters schoon. Het voorkomt water- en drabvorming. Niet alleen geschikt voor auto’s, maar ook zeker voor grasmaaiers, motorfietsen, oldtimers en andere voertuigen die voor langere tijd worden gestald.
  • Ververs regelmatig de olie. Zo blijft de smering optimaal.
  • Een conditioner aan de motorolie toevoegen die de problemen veroorzaakt door ethanol-bevattende brandstof reduceert. De karakteristieken van de motorolie worden hierdoor verbeterd en de hoeveelheid aanslag op de inlaatpoorten en inlaatkleppen wordt sterk gereduceerd. Andere effecten zijn het beperken van de mogelijkheid dat ethanol zich met water mengt en het verlagen van de weerstand van de draaiende onderdelen in het motorblok (waardoor het brandstofverbruik afneemt).
  • Motorolie systeemreiniger tijdens iedere oliebeurt aan de oude motorolie toevoegen. De conditioner verwijdert hierna snel en veilig alle aanslag en drab tijdens het aftappen van de oude olie. Na het olie verversen ook motorolie systeemreiniger aan de nieuwe olie toevoegen, waardoor olie-afzetting, lak en andere vervuiling zoals koolstof en onverbrande benzine en diesel langdurig worden voorkomen.
  • Mocht er sprake zijn van ernstige vervuiling dan adviseren wij een complete EGR/Inlaat systeem reiniging.